In de schaduw van de openbare discussie over privacy en digitale identiteit ligt een onopgemerkte maar diepgaande economische last: de belasting die Nederlandse overheden indirect afdrukken op burgers via de MRBIT1-infrastructuur. Deze systeem, bedoeld om identiteitscontroles te vereenvoudigen, is niet alleen een technologische stap voorwaarts, maar ook een economische belasting die het leven van burgers steeds meer in beslag neemt. Het is een verhaal over wat er gebeurt wanneer de overheid digitale identiteit als een productiviteitsinstrument verpakt, zonder de impliciete kosten voor de burger te benoemen.

De MRBIT1, een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is ontworpen om burgers sneller en efficiënter te identificeren in het digitale en fysieke leven. Het systeem maakt gebruik van biometrische gegevens, digitale identiteitskaarten en verplichte registraties, waardoor het mogelijk is om identiteit te verifiëren zonder fysieke documenten te hoeven tonen. Deze technologie heeft in de praktijk echter een onverwachte bijeffect: het creëert een netwerk van verborgen belastingen, zowel financieel als tijdelijk.

Financieel gezien zijn de kosten niet direct zichtbaar voor de burger. Toch zijn er indirecte effecten die de belasting van het systeem versterken. Zo kost de verplichte registratie en onderhoud van digitale identiteitsgegevens de overheid miljoenen per jaar. Volgens een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, dat in 2022 werd gepubliceerd, zijn de totale kosten voor de digitale identiteitsinfrastructuur in Nederland al meer dan €250 miljoen bedragen. Deze bedragen worden verdeeld over alle burgers, zonder dat deze de kosten expliciet zien. Daarnaast zijn er extra kosten verbonden aan het beveiligen van deze gegevens, wat leidt tot hogere abonnementen voor digitale diensten die afhankelijk zijn van MRBIT1.

  • De totale jaarlijkse kosten voor de MRBIT1-infrastructuur bedragen meer dan €250 miljoen.
  • Burgers die gebruikmaken van digitale diensten die afhankelijk zijn van MRBIT1, betalen indirect een hogere abonnementstarief.
  • De verplichte registratie van biometrische gegevens kost de burger gemiddeld 15 minuten extra per jaar.
  • De overheid bespaart met MRBIT1 ongeveer €1,2 miljard per jaar in identiteitscontroles, maar dit profit wordt niet volledig doorgegeven aan de burger.
  • Sinds de invoering in 2018 zijn er al meer dan 10 miljoen registraties verwerkt, wat de schaalvergroting van de belasting effectief versterkt.

Tijdelijk is de impact eveneens merkbaar. Het verwerken van digitale identiteit vereist extra tijd en aandacht bij burgers. Zo wordt het voor mensen die regelmatig online transacties uitvoeren, zoals het aanvragen van een vergunning of het betalen van belastingen, een extra stap. Een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2023 toonde aan dat 68 procent van de Nederlanders extra tijd nodig heeft om hun digitale identiteit te verifiëren. Dit leidt tot wachttijden en frustratie, maar ook tot een indirecte kostenlast voor de burger.

Het meest opvallende aspect van MRBIT1 is echter hoe het systeem de privacy van burgers beperkt, zonder dat dit expliciet wordt gecommuniceerd. De verplichte registratie van biometrische gegevens en digitale identiteitsgegevens betekent dat burgers niet alleen een belasting dragen, maar ook een deel van hun persoonlijke gegevens afstaan aan een centrale overheid. Deze gegevens kunnen worden gebruikt voor verschillende doeleinden, waaronder het bepalen van risico’s voor de burger, maar ook voor doelgerichte marketing door overheden en bedrijven.

Lees het artikel De discussie over MRBIT1 is vaak gefocust op de voordelen voor de overheid en de efficiëntie van het systeem. Echter, de impact op de burger wordt vaak vergeten. Het is belangrijk om te begrijpen dat elke registratie, elke verificatie en elke verwerking van digitale identiteit een belasting is, zowel financieel als tijdelijk. Het is een systeem dat de overheid in staat stelt om efficiënter te werken, maar dat tegelijkertijd de privacy en de vrijheid van de burger beperkt. Het is tijd om deze impliciete kosten beter te begrijpen en te communiceren.

De toekomst van MRBIT1 zal afhangen van hoe de overheid deze belasting voor de burger kan verminderen. Denk hierbij aan het bieden van opties voor privacybewuste registraties, of het verminderen van de tijdelijke kosten die de burger draagt. Het is een uitdaging om een systeem te creëren dat efficiënt werkt, maar tegelijkertijd de belangen van de burger beschermt. Het is tijd om deze discussie open te houden en de impliciete kosten van digitale identiteit echt zichtbaar te maken.